Veel mensen denken dat hun financiële situatie vooral wordt bepaald door hun inkomen. Maar in de praktijk zie ik iets anders. Het gaat vaak minder om hoeveel je verdient, en veel meer om wat je daarna met je geld doet.
Je geldgewoontes hebben namelijk een enorme invloed op je vermogen. Twee mensen met hetzelfde inkomen kunnen na twintig jaar een compleet andere financiële positie hebben. Niet door geluk, maar door gedrag.
Toen ik me hier meer in begon te verdiepen, merkte ik dat ik zelf ook een aantal van deze gewoontes had. Sommige heb ik inmiddels aangepast. Andere moet ik nog steeds af en toe corrigeren.
In dit artikel neem ik je mee in negen geldgewoontes die vermogensopbouw vaak in de weg staan.
1. Lifestyle inflation
Lifestyle inflation betekent simpel gezegd dat je meer gaat uitgeven zodra je meer gaat verdienen.
Je krijgt een salarisverhoging en ineens wordt de vakantie wat luxer. Je gaat vaker uit eten. Of je koopt net wat duurdere spullen. Op zichzelf is daar natuurlijk niets mis mee. Je werkt tenslotte ook om van het leven te genieten.
Het probleem ontstaat wanneer elke extra euro die je verdient ook meteen weer wordt uitgegeven. In dat geval maak je financieel eigenlijk nooit echte stappen vooruit. Wat in de praktijk vaak goed werkt, is een simpele verdeling. Krijg je bijvoorbeeld 150 euro netto per maand extra salaris, dan kun je besluiten om een deel daarvan te investeren. Bijvoorbeeld 50 euro. De rest gebruik je om je levensstandaard iets te verhogen.
Zo profiteer je van je hogere inkomen én groeit je vermogen mee.
2. Jezelf als laatste betalen
Veel mensen sparen of beleggen met geld dat aan het einde van de maand overblijft.
Alleen blijft er aan het einde van de maand vaak weinig over. Daarom werkt het principe “pay yourself first” zo goed. Zodra je salaris binnenkomt, zet je eerst een bedrag apart voor je vermogen. Pas daarna betaal je alle andere uitgaven.
Voor mij persoonlijk heeft dit een groot verschil gemaakt. Op het moment dat ik automatisch elke maand begon te investeren, merkte ik pas echt hoe krachtig consistent beleggen kan zijn.
3. Geen overzicht hebben van je financiën
Veel mensen kijken af en toe in hun bankapp, maar weten eigenlijk niet precies waar hun geld naartoe gaat.
- Hoeveel geef je maandelijks uit aan wonen?
- Hoeveel aan abonnementen?
- Hoeveel aan kleding of gadgets?
Als je dat niet weet, is het lastig om goede keuzes te maken. Zelf werk ik met een simpele spreadsheet waarin ik elke maand mijn inkomsten, uitgaven en vermogen bijhoud. Dat kost misschien tien minuten per maand, maar het geeft enorm veel inzicht. Bovendien is het motiverend om te zien hoe je vermogen langzaam groeit.
4. Kleine abonnementen laten doorlopen
Een paar euro per maand lijkt vaak onschuldig. Een streamingdienst hier, een tool daar. Misschien een app waar je ooit een proefperiode voor hebt afgesloten. Individueel zijn het kleine bedragen.
Maar bij elkaar kan het verrassend snel oplopen. Het probleem is meestal niet dat je abonnementen hebt. Het probleem is dat je betaalt voor diensten die je eigenlijk niet meer gebruikt. Een simpele gewoonte kan al veel schelen. Loop één of twee keer per jaar je bankafschriften door en kijk welke abonnementen er nog lopen. Je zult bijna altijd iets vinden dat je rustig kunt opzeggen. Ik betrap mezelf hier overigens ook nog wel eens op, vooral met online tools voor mijn werk.
5. Uitgaven zien als investering
Dit is een valkuil waar ik zelf lang in ben getrapt. Je koopt iets en vertelt jezelf dat het eigenlijk een investering is. Een gadget die tijd bespaart. Een duurder product dat zogenaamd efficiënter is.
Maar in veel gevallen blijft het gewoon een uitgave. Een grotere auto, een duurder huis of nieuwe gadgets zorgen meestal vooral voor hogere maandelijkse kosten. Dat maakt het geen investering maar een verplichting.
Dat betekent natuurlijk niet dat je nooit iets mag kopen wat je leuk vindt. Maar het helpt wel om eerlijk te zijn over wat iets werkelijk is. Een regel die voor veel mensen goed werkt, is de 48 uur regel. Wil je iets kopen van bijvoorbeeld vijftig euro of meer, wacht dan twee dagen. Vaak merk je dat de impuls dan al verdwenen is.
6. Wachten op het perfecte moment
Veel mensen willen eerst het perfecte moment vinden om te beginnen met beleggen. Ze wachten op een beursdip. Of tot de markt rustiger wordt. Of tot ze het gevoel hebben dat ze er genoeg van weten.
Alleen bestaat het perfecte moment eigenlijk niet. Onderzoek laat keer op keer zien dat het timen van de markt ontzettend moeilijk is. Zelfs professionele beleggers slagen daar zelden in.
Wat wél werkt, is simpelweg beginnen en vervolgens consistent blijven investeren.
7. Te veel geld op de spaarrekening
Een financiële buffer is belangrijk. Daar bestaat geen twijfel over. Maar sommige mensen houden zoveel geld op hun spaarrekening dat het hun vermogensgroei eigenlijk tegenwerkt.
Een veelgebruikte vuistregel is een buffer van drie tot zes maanden aan uitgaven. Stel dat je maandelijkse kosten ongeveer 3000 euro zijn. Dan ligt een buffer tussen 9000 en 18000 euro meestal in een gezonde range.
Alles daarboven kan vaak productiever worden ingezet, bijvoorbeeld door te investeren. Zelf houd ik als zelfstandige overigens iets meer buffer aan. Mijn inkomen kan namelijk wat schommelen. Maar ook daarbij heb ik een maximum afgesproken. Kom ik daarboven, dan investeer ik het verschil.
8. Financiële beslissingen blijven uitstellen
Geldzaken kunnen ongemakkelijk voelen. Een gesprek over salarisverhoging. Beginnen met beleggen. Of besluiten om bepaalde uitgaven te verminderen.
Veel mensen schuiven dat soort beslissingen daarom voor zich uit. Maar uitstel maakt het probleem zelden kleiner. In mijn ervaring geldt juist het tegenovergestelde. Zodra je een financiële beslissing neemt en actie onderneemt, blijkt het vaak minder ingewikkeld dan je vooraf dacht.
9. Jezelf vergelijken met anderen
Dit is misschien wel een van de meest onderschatte geldgewoontes. Je ziet wat anderen doen en voelt onbewust de druk om mee te doen. De buren rijden een nieuwe auto. Vrienden gaan meerdere keren per jaar op vakantie.
Voor je het weet pas je je eigen uitgaven aan op wat anderen doen. Maar persoonlijke financiën horen juist persoonlijk te zijn. Het gaat er niet om wat anderen belangrijk vinden. Het gaat erom waar jij waarde aan hecht.
Misschien geef jij graag geld uit aan reizen. Of juist aan een mooi huis. Dat is prima. Zolang het een bewuste keuze is en niet iets wat je doet omdat anderen het ook doen.
Tot slot
Niemand heeft perfecte geldgewoontes. Ik in ieder geval niet. Het belangrijkste is dat je af en toe stilstaat bij je financiële gedrag en kijkt waar je kleine verbeteringen kunt maken.
Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Kies één gewoonte die voor jou herkenbaar is en begin daar mee. Volgende maand pak je de volgende aan. Op die manier word je stap voor stap financieel sterker. Niet door snelle trucs, maar door betere gewoontes.
